Gerommel met softwarelicenties bij HNW mag niet

Soms lijkt het tegen dovemansoren gezegd. Kijk bij invoering van Het Nieuwe Werken vooral goed naar het rechtskader van — het gebruik van — digitale technologie. De alledaagse praktijk is nog steeds anders. Werkgevers maken zich namelijk maar al te vaak — en meestal ten onrechte — druk om de arbeidsrechtelijke aspecten, daarbij het ICT-recht vergetend. Van softwarelicenties tot het formuleren van gedragsregels ten behoeve van het personeel.

De eerstgenoemde omstandigheid overkwam bijvoorbeeld de Stichting Theater Exploitatie Zeeland, waar op een gegeven moment de behoefte bestond aan flexibele werkplekken, zodat haar personeel op elk gewenst moment vanaf elke gewenste locatie gebruik kon maken van de programmatuur, overigens zonder het aantal werkplekken te vermeerderen.

De stichting kiest als technische oplossing voor invoering van HNW voor virtualisatie van de werkplekken en maakt — kennelijk uit kostenoverweging — hierbij geen gebruik van de diensten van leverancier LVP Reserveringssystemen, die ook de applicatiesoftware voor de theatersector levert. Voor de goede orde, bij virtualisatie worden computers en bedrijfsinformatie ‘losgekoppeld’ van de fysieke apparatuur, meestal met het doel zo optimaal mogelijk van de ICT gebruik te maken. Virtulisatie leidt dus tot effici├źnter ICT-gebruik.

Allereerst installeerde de leverancier ‘gewoon’ de software 9 x per kassa (computer), waarbij elke kassa een uniek nummer kreeg. Vervolgens voert de stichting de werkzaamheden zelf uit. In het kader van deze werkplekvirtualisatie registreerde de systeembeheerder van de stichting echter 19 kassanummers, hetgeen overeenkomt met evenzoveel kopie├źn van de software.

Juridisch bezien leidt het verveelvoudigen van de software (zonder toestemming van de rechthebbende — de eigenaar) voor de virtualisatie van werkplekken in deze zaak zowel tot toerekenbare tekortkoming (wanprestatie, omdat er al een contractuele relatie bestaat) als onrechtmatig handelen (schending van auteursrechten).

Door de virtualisatie loopt LVP Reserveringssystemen inkomsten mis en dat bevalt de leverancier niet. Die vordert dan ook in rechte nakoming van de overeenkomst, welke juridisch wordt bepaald door de FENIT-voorwaarden, en wil licentiegelden zien. Deze laatste eis (vergoeding voor extra gebruik van de software) wijst de recht in Middelburg echter af, omdat er geen sprake van piraterij is (kwader trouw ontbreekt) maar slechts van amateurisme (zaaknummer / rolnummer: 74988 / HA ZA 10-438).

Schadevergoeding vindt de rechter wel op z’n plaats. De schade aan de zijde van de leverancier stelt de rechter — nogal creatief bedacht — gelijk aan de grootte van zijn offerte voor de werkplekvirtualisatie, te weten 17.554,00 euro.

Ook nog belangrijk. Eerder in de procedure viel de gebruiker terug op een notoir formeel verweer: de voorwaarden van de leverancier zijn niet toepasselijk op de rechtsverhouding tussen partijen. Dat sneed geen hout. Nu de stichting op basis van die offerte zonder meer een bestelling heeft geplaatst, moet zij geacht worden die voorwaarden te hebben geaccepteerd, aldus de rechter. De vernietiging door de stichting van de voorwaarden, omdat LVP haar niet een redelijke mogelijkheid zou hebben geboden van die voorwaarden kennis te nemen, treft geen doel. De leverancier stuurde namelijk de voorwaarden mee met de offerte.

Meer dan ooit tevoren vraagt de juridische kant van ICT op en vooral ten behoeve van het werk om aanvullende beleidsregels. Een centrale plaats is daarin weggelegd voor (standaard)software. Zo moeten er voor iedere ‘nieuwe werker’, die plaats- en tijdonafhankelijk werkt, de juiste licenties voor ieder softwareproduct en –dienst beschikbaar zijn. Zonder geldig gebruiksrecht, ontstaat er al gauw aansprakelijkheid en mogelijk tevens reputatieschade. Nieuwe aandachtsgebieden vormen cloud computing en bring-your-own-device (BYOD).