Cloud blijft juridische agenda voor 2012 dicteren

Plaats- en tijdonafhankelijk handelen door mensen (werken, zakendoen, besturen) en in toenemende mate tussen ‘dingen’ (The Internet of Things) vormt de geconsolideerde megatrend in de samenleving van de 21ste eeuw, die wordt ontsloten door cloud computing. Deze nieuwe leveringswijze van ICT — als afroepbare en automatisch schaalbare dienst via Internet op basis van ketenautomatisering in datacenters — kent een breed en deels afwijkend rechtskader dat volop in ontwikkeling is.

Dat blijkt uit de Trendanalyse Outlook ICT Recht 2012 van deze auteur.

De belangrijkste reden voor de inzet van cloud computing als nieuw ICT-leveringsmodel betreft in de regel budgettaire aspecten. Toch bevindt de crux zich in veel gevallen uiteindelijk in het organisatorische domein. Het geconsolideerde adagium luidt dan: doe meer met minder en wees wendbaar. Cloud-computingdiensten ontsluiten immers ‘information at your fingertips’ in optima forma. Dat leidt vervolgens tot de optimalisatie van plaats- en tijdonafhankelijk handelen, waaronder besturen en zakendoen op afstand en natuurlijk Het Nieuwe Werken.

De Arbowet en de Arbeidstijdenwet bevatten nauwelijks belemmeringen voor de ontwikkeling van het nieuwe werken, zodat fundamentele wijziging niet noodzakelijk zijn. Beperkte aanpassingen van de regels en nadere interpretatie van enkele wetsartikelen vormen de oplossing voor bestaande belemmeringen. Dat gebeurt nu ook. De wijzigingen treden op 1 juli a.s. in werking treden.

Cloud-computingrecht is veelomvattend en complex omdat in dit leveringsmodel allerlei technische, organisatorische en financiĆ«le ontwikkelingen — met ieder hun eigen rechtsaspecten — samenkomen. Rechtsnormen zijn dus mede op cloud computing van toepassing, nog los van de additionele juridische vraagstukken bij grensoverschrijdende gegevensverwerking, in en buiten de Europese Unie. Bovendien is er sprake van rechtsontwikkeling. Zo zorgt de praktijk zorgt voor voortschrijdend inzicht, werkt Brussel aan legislatieve harmonisatie (privacy en persoonsgegevens) en ontstaan er initiatieven voor cloud-certificering.

Daarnaast zien we dat overheden hun beleidsmatige aandacht op ICT richten, zowel ten behoeve van de eigen informatiehuishouding als voor economische en maatschappelijke ontwikkeling. In Nederland gaat het respectievelijk om de informatiseringstrategie (BZK) en de digitale agenda (EL&I).

Vervolgens neemt het belang van het rechtskader van informatie mede door cloud computing fors toe. Dat betreft enerzijds eigendomsrechten op en anderzijds gebruiksrechten en aansprakelijkheid voor gegevens (data en datasets). Nederland en Europa kiezen voor ‘open data, tenzij’-beleid. Burgers en bedrijfsleven kunnen de informatie (her)gebruiken en — bijvoorbeeld via cloud-computingdiensten — vercommercialiseren. De vrije gebruiksrechten worden echter geleverd met een zo ver als juridisch toelaatbare uitsluiting van aansprakelijkheid. Of op gegevens en gegevensverzamelingen intellectuele eigendomsrechten rusten, hangt van het concrete geval af.

Het duale — innovatieve en ontwrichtende — karakter van de moderne informatietechniek zet niet alleen zakelijke modellen in veel bedrijfstakken op zijn kop. Grote ondernemingen kunnen meer dan ooit forum shoppen; bedrijfseconomisch en juridisch. Naast de plaats waar ze belasting betalen, kunnen zowel kenniswerk als integraal bedrijfsproces internationaal, op afstand, worden uitbesteed. Vice versa hebben zelfstandige kenniswerkers en andere dienstverleners de mogelijkheid te werken waar ze willen, mede op basis van voor hun preferente juridische en fiscale constructies. Deze aspecten van de informatiemaatschappij raakt de regionale en nationale werkgelegenheid in het hart, net zoals de staatshuishouding.

Hier liggen bedreigingen en kansen. Strategisch beleid van overheden en bedrijven is nu opportuun.