Hardnekkig onbegrip vergroot risico’s open source software

Begrip van algemene en juridische aspecten van open source software is minimaal noodzakelijk voor gedegen inkoopbeleid, verantwoorde inkoopbeslissingen en de succesvolle toepassing van open-sourceproducten in organisaties. Daaraan schort het in de praktijk regelmatig, terwijl misverstanden en terminologie de besluitvorming verder negatief beïnvloeden.

Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Open Source Computing and Public Sector Policy waarin essentiële ontwikkelingen worden geanalyseerd en geconsolideerd in open source software voor politiek en openbaar bestuur, die ook voor bedrijven en ICT-leveranciers van groot belang zijn.

De studie ontsluit need-to-know informatie voor het ontwikkelen van strategisch ICT-beleid en wordt kosteloos verspreid via de site technologierecht.bogspot.com.

In de markt bestaan nog altijd forse misverstanden over open source software. Bijvoorbeeld over de vraag of er überhaupt rechten op deze categorie computerprogramma’s rusten, over het achterliggende business model, over verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden.

In het geval partijen wel beseffen dat er sprake is van licentieverlening, ontstaan er nieuwe onduidelijkheden over de interpretatie van de complexe licentievoorwaarden en hun onderlinge compatibiliteit. Wat de discussie nog lastiger maakt, is dat vrijwel alles wat je over open source software zegt, waar kan zijn, maar zelden algemene gelding heeft.

Deze stelling wordt inmiddels gedeeld door de Algemene Rekenkamer, die in maart concludeerde dat ‘wat de voor- en nadelen, kansen en risico’s van de introductie van open technologie betreft er vele te noemen zijn, maar dat ze niet algemeen geldig zijn’. Uit het onderzoeksrapport van de Rekenkamer Open standaarden en open source software bij de rijksoverheid volgt verder dat ICT-inkoopbeleid iets anders is dan sectoraal normeringsbeleid en dat beiden gescheiden behoren te worden.

Open source software betreft een bedrijfsmodel met nogal afwijkende juridische voorwaarden, vormgegeven door een keur aan licentiecontracten, die als regel opgesteld zijn naar Amerikaans recht. Wie hieraan voorbij gaat, betreedt al snel de gevarenzone.

Een treffend voorbeeld komt uit Engeland, waar een afdeling van de politie onlangs een eigen gemaakte applicatie als open source software wilde verspreiden, echter alleen onder het korps. Dat is echter onaanvaardbaar. Open-sourceproducten mogen namelijk niet discrimineren. Open source software wordt of voor iedereen beschikbaar gesteld of selectieve distributie vindt plaats op grond van een ander type licentieovereenkomst.

Iedere overheidsorganisatie moet doelmatig en rechtmatig handelen. Deze uitgangspunten vertalen zich in het licht van open source software minimaal in twee uitgangspunten.

1. Voor wat betreft de budgettaire kant behoort de overheid een volledige vergelijking te maken tussen de verschillende softwaremogelijkheden en daarbij alle financiële onderdelen mee te wegen.

2. Het gebruik van open source software kan alleen duurzaam plaatsvinden, na implementatie van een Open Source Software Management programma, dat zowel legal compliance als de unieke juridische risico’s adresseert. Het ontstaan van aansprakelijkheid moet te allen tijde voorkomen worden.