Beschrijvende handelsnaam wordt juridisch sterker

Dat de concurrentiestrijd in veel sectoren zich in toenemende mate en soms zelfs primair op Internet manifesteert, wisten we al. Maar entrepreneurs vergeten het evoluerende rechtskader van domeinnamen. In 2010 leverde de verkoop van sex.com 13 miljoen dollar op. Toch stellen domeinnamen juridisch niets bijzonders voor, omdat het elektronische adres geen intellectueel eigendomsrecht betreft.

Merken en handelsnamen overschaduwen juridisch bezien een domeinnaamregistratie. Maar let op: wanneer het bedrijf uitsluitend online actief is, mogen we de domeinnaam al snel als handelsnaam beschouwen. Het gebruik van een domeinnaam kan dus kennelijk rechten scheppen. Bovendien winnen beschrijvende handelsnamen aan rechtskracht.

Sinds Nederlandse diskjockey Adam Curry in 1994 stiekem mtv.com registreerde — hij werkte destijds voor het Amerikaanse muziekstation in New York — brak vervolgens de rechtsstrijd over domeinennamen los. Ook in Nederland. De inmiddels omvangrijke rechtspraak toont grote diversiteit: van onbetwiste, in eerste instantie grootschalige domain name hijacking tot het onbedoeld inbreuk maken op merken of handelsnamen. En alles wat er tussen in zit.

Sterke merken bestaan als regel uit een fantasienaam, maar een afbeelding is tevens mogelijk. Kort gezegd, hoe minder het merk te herleiden is tot de aangeboden waren of diensten, hoe sterker. Denk aan Apple (computers, elektronica en webdiensten), CoCa Cola voor consumentensuikerwater of de uitstekende tong van de Roling Stones. Het onderscheidende karakter beoogt verwarringsgevaar in de markt te voorkomen. Beschrijvende merken, zoals Bak&Braad en vakantieveiligen.nl, boeten juridisch in kracht in. Dat laat onverlet dat ook deze merkhouders met succes de degens kunnen kruisen met concurrenten die te dicht tegen hen aanschurken, zo blijkt uit het kort geding EMESA V. BIED & GENIET, Rechtbank Amsterdam van 3 maart 2011.

Het op zich beschrijvende woordmerk vakantieveilingen.nl is volgens de Amsterdamse president in kort geding voldoende ingeburgerd (die situatie vormde overigens ook de grond dat de inschrijving als merk in tweede instantie werd geaccepteerd) en merkinbreuk wordt aangenomen. Daarbij weegt nogal opmerkelijk het volgende mee.

‘In internet diensten-sector gelden immers andere normen dan in de traditionele reisbranche, zodat geen rechtstreekse vergelijking kan worden gemaakt tussen VakantieVeilingen.nl en reisaanbieders zoals bijvoorbeeld Kras of Oad. Hetzelfde geldt voor het argument dat de periode waarin Vakantieveilingen.nl actief is te kort is om een merk te laten inburgeren. In de internetwereld kan een merk sneller en met minder reclame-inspanningen bekend worden dan in het traditionele handelsverkeer.’

Er gelden dus andere normen voor offline- en online zakendoen.

De rechter wijst ook de vordering op grond van het handelsnaamrecht toe en doet dat op basis van twee belangrijke rechtsvindingen. Een. Bij een onderneming die alléén op Internet actief is, kan de domeinnaam in de regel al snel als handelsnaam worden beschouwd. Twee. De omstandigheid dat een handelsnaam bestaat uit een samenvoeging van twee woorden die samen de aard van de onderneming beschrijvend en dus onderscheidend vermogen mist, betekent niet automatisch om daaraan iedere bescherming van een handelsnaam te ontzeggen.

‘Gelet op het geringe onderscheid tussen de handelsnaam/domeinnamen en de identieke diensten die door beide ondernemingen worden aangeboden is voorshands voldoende aannemelijk dat verwarringsgevaar bij het relevante publiek is te duchten.’

Zoekopdracht leidt niet tot terhandstelling algemene voorwaarden

Wie algemene voorwaarden op een verkeerde manier of op een verkeerd moment ter hand stelt, moet rekening houden met vernietiging, waardoor de bedrijfsrisico’s ongelimiteerd stijgen. Volgens de Hoge Raad volgt uit de systematiek van het Burgerlijk Wetboek dat de ondernemer het initiatief tot bekendmaking van zijn algemene voorwaarden heeft. De klant moet weten welke algemene voorwaarden op de rechtsverhouding van toepassing zijn en hij moet er eenvoudig kennis van kunnen nemen. Wat betekent dit voor de praktijk? Over de toepassing van kleine lettertjes offline en online.

Sinds jaar en dag werken bedrijven en organisaties met algemene voorwaarden. De spreekwoordelijke kleine lettertjes bevatten de regels die organisaties standaard hanteren bij het aangaan van een overeenkomst. Het kan om inkoop gaan, maar meestal betreffen de voorwaarden bepalingen omtrent de verkoop van producten en diensten. Het sinds 1992 wettelijke algemene voorwaardenrecht kent twee hoofdregels, een materiële en een formele, waarvan de eerste onredelijke contractsbepalingen verbiedt. Een entrepreneur moet de kleine lettertjes aan de klant ter hand stellen. In de praktijk betreft dit voorschrift een informatieverplichting.

Feitelijk velletjes papier in de hand van de klant drukken, hoeft niet altijd (wanneer dat redelijkerwijs onmogelijk is); laten blijken dat ze van toepassing zijn, wel. Volgens de Hoge Raad volgt uit het systeem van ons Burgerlijk Wetboek dat de leverancier het initiatief tot bekendmaking van zijn algemene voorwaarden moet nemen en wel op zodanige wijze dat voor de wederpartij duidelijk is welke voorwaarden op de rechtsverhouding van toepassing zijn en dat de wederpartij daarvan eenvoudig kennis kan nemen. Zo blijkt uit het arrest in de zaak FIRST DATA V. KPN HOTSPOTS SCHIPHOL van 11 februari 2011.

Daaronder valt in ieder geval niet de omstandigheid dat de klant een zoekvraag op Internet moet stellen om de juridische voorwaarden te vinden, die kennelijk ergens in cyberspace zijn gepubliceerd. Daarmee voldoet hij niet aan zijn wettelijke informatieplicht en kunnen de algemene voorwaarden in beginsel vernietigd worden (tenzij er sprake is van grote rechtspersonen. Dan geldt deze vernietigingsgrond niet.)

Anders gezegd: ‘googelen’ leidt dus niet naar de terhandstelling van algemene voorwaarden, zoals juridisch door het Burgerlijk Wetboek is voorgeschreven. Vooral over de toepasselijkheid in het kader van transacties via Internet — en dat geldt dus ook bij de afname van software als dienst en andere servicemodellen van cloud computing — heerst veel onduidelijk. Feitelijke terhandstelling kan immers niet, met als gevolg dat de gebruikersorganisatie de algemene voorwaarden expliciet of impliciet door de rechter later vernietigen. Welke modus operandi doorstaat wel de toets der rechtmatigheid?

Op safe spelen betekent op diverse plaatsen (brochure, e-mail, offerte, bestelformulier) een duidelijke verwijzing opnemen en aangeven waar de klant de algemene voorwaarden kan inzien (bijvoorbeeld op een bepaalde webpagina) en uitprinten. Afgeven door het personeel, blijft uitstekend, maar vraagt bij conflict wel om een getuigenverklaring. Een klip en klare partijverklaring biedt de uitkomst voor zowel het papieren bestelformulier met handtekening als de door de klant aangevinkte web-variant.

‘Ik verklaar de algemene voorwaarden te hebben ontvangen en aanvaard deze.’ Meesturen met elektronische post, kan ook. Vergeet daarbij het moment van terhandstelling niet. Wie pas op de factuur verwijst, is te laat. Voor alle duidelijkheid: zelfs wanneer de klant de algemene voorwaarden niet leest, kan hij gebonden worden aan de inhoud er van. Ook ondertekening is niet vereist voor aanvaarding van de kleine regeltjes door de klant.