VVD mede slachtoffer van eigen onprofessioneel handelen

Wie denkt dat door het huidige aanbod van duizenden standaardpakketten maatwerksoftware tot het verleden behoort — en dat hiermee ook de juridische geschillen zijn verdwenen die we van oudsher onder de noemer ‘mislukte automatisering’ rubriceren — heeft het mis.

Een aardig kijkje in keuken biedt de Rotterdamse rechter in het eindvonnis van 21 mei jl. in drie zaken. De hoofdzaak betreft Volkspartij voor Vrijheid en Democratie v. Perfect Direct Mail, Perfect Database Management en T-Systems Nederland.

De bundeling van rechtszaken en partijen creƫert verwarring, maar kort gezegd gaat het hierom. De nu grootste partij van ons land wilde graag een nieuw ledensysteem en betaalde meer dan 300.000 euro voor advies, bouw en hosting.

De nieuwbouw werd echter niet c.q. niet tijdig opgeleverd. Daardoor ontstaat schade, maar de leverancier heeft zijn aansprakelijkheid voor directe schade contractueel beperkt en dat mag in dit geval, aldus de rechter. Terugbetaling van de aanbestedingssom hoeft niet; wel moet er nog een schadevergoeding worden vastgesteld. Veel kan dat echter niet zijn.

Lessons learned. Belangrijk is allereerst dat de VVD accepteerde dat de maatwerksoftware in eigendom bleef van de leverancier die het pakket bouwt en zij slechts een licentie (gebruiksrecht) verwerft. Die constructie doet ten principale geen recht aan de economische relatie. Wie als opdrachtgever het volle pond voor ontwikkeling van een computerprogramma betaald, heeft op morele gronden recht op het eigendom.

Echter de Auteurswet bepaalt dat eigendomsoverdracht uitsluitend schriftelijk kan plaatsvinden. Het adagium ‘wie betaalt, wordt eigenaar’, geldt in geval van software (en andere auteursrechtelijk beschermde producten) nooit van rechtswege. Dit moet expliciet in de softwareontwikkelingovereenkomst worden vastgelegd. Let daar dus op.

Partijen bij maatwerkontwikkeling kunnen desgewenst ook overeenkomen, dat beiden voor bijvoorbeeld 50 procent de bouwkosten financieren en dat bij licentieverlening aan de markt, de winst ook wordt gedeeld.

Interessant zijn tevens de andere clausules uit de contracten en algemene voorwaarden van de betrokken leveranciers, die de VDD blijkbaar klakkeloos accepteerde. Neem de garantie dat de programmatuur werkt.
‘Tenzij in de Overeenkomst uitdrukkelijk anders wordt verklaard, zijn alle andere door [de leverancier] gemaakte beschrijvingen van prestatienormen louter beschrijvingen en wordt door [de leverancier] geen expliciete of impliciete toezegging of garantie ter zake van prestatienormen of anderszins gegeven.’

Verder sluit de leverancier haar aansprakelijkheid voor indirecte schade uit en beperkt zij deze voor directe schade tot een maximum van 10 procent van de betaalde bedragen. De VVD vecht deze bepaling aan omdat een beroep hierop onredelijk bezwarend voor haar is.

Die mening deelt de rechter niet. De VVD besteedt haar ICT-werkzaamheden met behulp van een bureau van ongeveer 25 professionals uit. Door deze omstandigheid wordt de vereniging geen partij die even gespecialiseerd is als de leverancier, maar zorgt er wel voor dat de VVD als een voldoende professionele organisatie moet worden beschouwd.

Ook constateert de rechter dat de schade niet te wijten is aan opzet of bewuste roekeloosheid van de schuldenaar of van met de leiding van zijn bedrijf belaste personen. De exoneratie blijft dus overeind staan.