Wettelijke garantie voor softwarekwaliteit schudt markt flink op

De levering van standaardsoftware valt volgens een recent arrest het Amsterdamse Gerechtshof onder het kooprecht van het Burgerlijk Wetboek. Daarmee krijgen licentienemers voor het eerst een wettelijk recht op een stevige kwaliteitsnorm. Het afgeleverde computerprogramma moet namelijk ‘aan de overeenkomst beantwoorden’. Op welke wijze deze open conformiteitsnorm ingevuld gaat worden, hangt af van de opvattingen van rechters in het concrete geval.

Nieuwe jurisprudentie zal vrijwel zeker snel ontstaan, omdat de softwaresector duidelijkheid wil hebben over de nieuwe wettelijke verplichtingen. Dat blijkt uit de zojuist verschenen trendanalyse Garantierechten en softwarekwaliteit.

Juristen voeren al jaren discussie over de vraag af de koop van het gebruiksrecht op een computerprogramma tevens een koop in de zin van het Burgerlijk Wetboek is. De heersende leer beantwoordt de rechtsvraag hoofdzakelijk negatief, omdat de koopregeling immers bedoeld is voor fysieke producten, zoals een televisie of auto en niet voor zoiets ongrijpbaars als software. Dat is geen voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object.

Het is geen onbeduidende rechtsvraag, omdat de wettelijke regels voor de koopovereenkomst, vastgelegd in titel 7.1 BW, nogal afwijken van de generieke regels voor onbenoemde overeenkomsten. Vooral in geval de koper een consument betreft, kan hij aanspraak maken op extra rechtsbescherming, waarvan het contract niet mag afwijken. Zo mag de koper ‘verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te twijfelen’. Verder is bij koop de verjaringtermijn niet vijf maar twee jaar, na eerst reclame over het product.

Het Amsterdamse hof bedacht een innovatieve, analoge redenering om software toch onder het koopregime te brengen. De rechter beschouwt de levering van een softwarepakket op basis van een langdurige licentie als de levering van een vermogensrecht. Volgens het Burgerlijk Wetboek zijn hierop de regels van de koopovereenkomst van toepassing. Verkopers, dus ook dealers, moeten nu garanderen dat het softwareproduct aan de overeenkomst beantwoordt.

De nieuwe kwaliteitsnorm heeft veel weg van door de softwaresector rigoureus afwezen ‘fitness for purpose’-beginsel. De werking van standaardsoftware moet tenminste voldoen aan de redelijke verwachtingen die een gebruiker heeft en de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. We noemen dat conformiteit.

Hoe de nieuwe kwaliteitsnorm zich verhoudt tot de levering van maatwerksoftware, open source software en Software-as-a-Sevice en cloud computing-diensten is nog onduidelijk.

Tenslotte is ook belangrijk dat op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad geldt de regel dat een licentienemer schade, ontstaan door fouten in de standaardsoftware, kan verhalen op de dealer die het pakket leverde. Anders gezegd: softwaredealers zijn in de rechtsverhouding met hun klanten in eerste instantie zelf aansprakelijk voor de fouten in de programmatuur. Deze regel geldt tevens voor open source software.

> Mr. V.A. de Pous, Trendanalyse, Garantierechten en softwarekwaliteit, Amsterdam, 2010

> Zie voor een overzicht van onderzoeken: http://technologierecht.blogspot.com