Outlook ICT Recht 2017: volop data en technologie op wetsagenda



De snel evoluerende digitale samenleving heeft dringend behoefte aan duurzame wetgeving. Spelregels die staan als een huis. Wanneer de maatschappij aan rappe verandering onderhevig is, behoort het rechtskader eens te meer stevig houvast te bieden. Telkens wijzigende regels zoals de voortdurend aangepaste cookiewet of wetgeving, die stante pede ongeldig worden verklaard door de Europese rechter, zijn onwenselijk. 
Daarnaast noteren we een continue en brede stroom aan nieuwe digitale wetgeving. Ook deze omstandigheid leidt tot nervositeit. Organisaties richtten zich tegen wil en dank op regulatory compliance en passeren kennelijk de ratio van de nieuwe kaders.Dat blijkt uit onze jaarlijkse Outlook Digitaal Recht (voorheen Outlook ICT Recht), die zich voor het eerst speciaal op wet- en regelgeving richt.  
Enerzijds hebben wetgevers met verve mensenrechten in Grondwet en verdrag geborgd, zoals het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Anderzijds komt er wetgeving tot stand, die juist strijdig is met dit cruciale grondrecht. Een opmerkelijke paradox. Zo haalde het Europese Hof van Justitie met twee uitspraken een streep door het wettelijke voorschrift dat telecombedrijven de verkeers- en locatiegegevens van hun klanten moeten bewaren. In 2014 werd in het Digital Rights Ireland en Seitlinger arrest de Richtlijn dataretentie uit 2006 met terugwerkende kracht ongeldig verklaard wegens schending van grondrechten. 
En op de valreep van 2016 oordeelde dezelfde rechter op dat overheden aanbieders van elektronische communicatie-diensten geen algemene verplichting tot het bewaren van deze gegevens kunnen opleggen. Deze uitspraak heeft vrijwel zeker gevolgen voor het Nederlandse wetsvoorstel bewaarplicht telecommunicatiegegevens
Ondertussen richten organisaties zich op de Wet meldplicht datalekken. VNO-NCW verwoordde treffend het gemis aan ratio. ‘Maar kijk je vanuit bedrijfsoogpunt naar meldingen en vraag je je af what’s in it for me?, dan kan ik melden: bijzonder weinig,’ aldus een beleidsmedewerker. Wie als verantwoordelijke het grondrecht privacy slechts egocentrisch beschouwtals administratieve last slaat de plank mis.